Brazilie maakt Belofte Waar
Carnaval en Samba met Business en Wereldmacht
eyesonbrasil
stuk.
Van raket tot vrije val — en weer terug op aarde
São Paulo, 27 juli 2026–De belofte van 2009. Toen The Economist in november 2009 het Cristo Redentor-beeld op de Corcovado in Rio de Janeiro als een raket liet opstijgen, onder de kop “Brazil Takes Off”, leek het optimisme over Brazilië gerechtvaardigd.
Het blad memoreerde dat er in 2003 nog werd gegniffeld over de “B” in het BRIC-acroniem van Goldman Sachs — Brazilië, echt? — maar dat die scepsis inmiddels misplaatst leek: het land was als een van de laatste in de wereldwijde recessie beland en als een van de eerste eruit gekomen, en groeide alweer met zo’n 5% op jaarbasis, mede dankzij nieuw ontdekte diepzeeolievelden voor de kust.
De Braziliaanse economie was gestabiliseerd onder president Fernando Henrique Cardoso in de jaren negentig en versneld onder Lula in de vroege jaren 2000; in 2010 groeide Brazilië met 7,5%, de sterkste prestatie in een kwart eeuw, en het land kreeg zowel het WK voetbal van 2014 als de Olympische Spelen van 2016 in Rio toegewezen.

Tientallen miljoenen Brazilianen stegen op naar de middenklasse. Het kon niet op — al stond boven het hoofdartikel een veelzeggende ondertitel: het grootste risico voor Latijns-Amerika’s succesverhaal was nu overmoed.
De val (2011–2016). Die waarschuwing bleek profetisch. Achteraf gezien markeerde de cover vrijwel exact het hoogtepunt: de Braziliaanse aandelenmarkt, die zes jaar lang enorm had gepresteerd, bleef sindsdien juist achter.
De grondstoffenhausse liep leeg, de Chinese vraag naar Braziliaans ijzererts en soja koelde af, en het beleid van Lula’s opvolgster Dilma Rousseff — prijsinterventies, kredietsubsidies, creatief boekhouden — ondermijnde het vertrouwen van investeerders. In 2012 groeide de Braziliaanse economie nog maar met 0,9%, en in juni 2013 gingen honderdduizenden Brazilianen de straat op in de grootste protesten in een generatie, uit onvrede over hoge kosten van levensonderhoud, slechte publieke diensten en corruptie onder politici.

The Economist trok zelf de conclusie: in september 2013 verscheen dezelfde cover opnieuw, maar nu met het Christusbeeld dat als haperende raket terugstort richting Rio, onder de kop “Has Brazil Blown It?” — heeft Brazilië het verprutst?
Daarna werd het nog erger dan het blad voorzag: in 2015 en 2016 kromp de economie twee jaar op rij met ruwweg 3,5% per jaar, de diepste recessie in de moderne geschiedenis van het land. Het Lava Jato-corruptieschandaal rond staatsoliebedrijf Petrobras verlamde politiek en bedrijfsleven, Rousseff werd in 2016 afgezet, en Lula zelf belandde in 2018 in de gevangenis (zijn veroordelingen werden later vernietigd).
Coma (2018–2021). Onder president Jair Bolsonaro volgden politieke polarisatie, ontbossing van de Amazone die het internationale imago van Brazilië schaadde, en een van de dodelijkste covid-uitbraken ter wereld, met uiteindelijk meer dan 700.000 doden.
The Economist maakte de trilogie compleet: in juni 2021 stond het Cristo Redentor-beeld voor de derde keer op de cover, nu “in coma” met een mondkapje en een zuurstofslang, onder de kop “On the brink” — op de rand van de afgrond.

Terug op aarde (2022–nu). En vandaag? Brazilië is niet gecrasht, maar het vliegt ook niet. Lula keerde in 2023 op 77-jarige leeftijd terug als president, en de economie deed het de afgelopen jaren beter dan verwacht: gemiddeld zo’n 3,2% groei in 2022–2024, gedragen door recordoogsten, olie-export en een krappe arbeidsmarkt.
De werkloosheid staat op het laagste niveau ooit gemeten en de lonen stijgen, terwijl het reële gemiddelde huishoudinkomen een record bereikte en de armoede licht daalde.
Maar de oude Braziliaanse kwalen zijn terug van nooit weggeweest: een wankele begroting, trage groei, oplopende staatsschuld en zeer hoge reële rentes die investeringen en consumptie afremmen. De brutostaatsschuld stevent af op meer dan 83% van het bbp, en de groei zakt terug richting het potentiële tempo van zo’n 2%: circa 2,3% in 2025 en naar verwachting 1,7% in 2026 — een jaar waarin de presidentsverkiezingen opnieuw om Lula zullen draaien.
De balans na zeventien jaar. Het eerlijke antwoord op de vraag hoe het sindsdien met Brazilië is gegaan, luidt dat geen van de drie covers de werkelijkheid goed vatte — niet de raket van 2009, niet de crash van 2013, niet het coma van 2021. Zoals een criticus droogjes opmerkte: de realiteit was nooit zó goed, en ook nooit zó slecht.
Per saldo heeft Brazilië sinds 2009 teleurgesteld ten opzichte van de hooggespannen BRIC-verwachtingen: het bbp per hoofd ligt nauwelijks hoger dan aan het eind van de hausse, de jaren 2010 gelden als een verloren decennium, en het land is nooit de economische wereldmacht geworden die Goldman Sachs voorspelde.
Tegelijk zijn de fundamenten opvallend veerkrachtig gebleken: de Braziliaanse democratie overleefde de bestorming van de instituties in Brasília in januari 2023, de centrale bank bedwong de inflatie sneller dan de Fed of de ECB, de landbouwsector is een wereldspeler van formaat, en de energievoorziening is opmerkelijk schoon en nauwelijks afhankelijk van import.
Het Christusbeeld staat, kortom, gewoon weer stevig op de Corcovado: niet in de ruimte, niet in de baai van Guanabara. Het eeuwige oordeel over Brazilië — “het land van de toekomst, en dat zal het altijd blijven” — is voorlopig noch weerlegd, noch definitief bevestigd.
eyesonbrasil










